Nieuwsbrief
Published by on
Vul hieronder uw gegevens in:
Published by on
Rechtbank Rotterdam oordeelde op 7 december 2011 dat de vordering van de vrouw met betrekking tot onverdeeld gebleven pensioenrechten niet wordt geraakt door de verjaringstermijn ex artikel 3:307 Burgerlijk Wetboek.
In onderhavige zaak vond de ontbinding van de huwelijksgoederengemeenschap plaats op een tijdstip dat de in het arrest Boon/Van Loon aanvaarde regels van regelend recht hierop van toepassing waren. De scheiding was uitgesproken op 17 januari 1983.
Vast stond dat de pensioenaanspraken van de man niet in de boedelverdeling waren betrokken. Deze aanspraken dienen derhalve als “overgeslagen goederen” te worden aangemerkt. Nu dit gegeven vast stond, bestond tussen partijen (ook al waren zij zich hier niet van bewust) een gemeenschap bestaande uit de opbouwde pensioenaanspraken door de man. Op grond van artikel 3:178 kan door ieder van de partijen de verdeling van deze gemeenschap worden gevorderd. De rechter oordeelde dat voornoemd verjaringsartikel hierop niet van toepassing is.
In de praktijk zullen naar onze mening zeer waarschijnlijk nog vele niet verdeelde en vergeten “pensioengemeenschappen bestaan”.